|
|
 |
De Kaatsclub Amsterdam is statutair opgericht op 21 september 1902. Reeds lang voor die tijd bestond echter al een kaatsvereniging in Amsterdam, maar die was niet officieel bij notariële akte opgericht. Deze vereniging was in 1897 echter wel al één van de grondleggers en van de NKB, de voorloper van de huidige KNKB.
Aansluitend aan de oprichtingsvergadering van de NKB werd het Nationaal Kampioenschap afdelingen gehouden. Op de lijst van 17 deelnemende verenigingen gaf de Kaatsclub Amsterdam ook al acte de présence.
Ook in Amsterdam werd reeds in de Middeleeuwen gekaatst, niet altijd tot ieders genoegen. Zo verbood de stad Amsterdam in 1413 het kaatsen "upt Kerchof". In 1564 werd zelfs een boete van 2 carolus guldens opgelegd als op straten of pleinen gekaatst werd.
Kaatsen bleef desondanks ook in Amsterdam populair, ook bij de elite. Zo bleek schepen en burgerhopman Jan Hooft in 1587 niet thuis bij de onverwacht vroege aankomst van Leyecester voor diens bezoek aan Amsterdam. Hij stond nog op de "caetsbaen"!!
Het kaatsen is in Amsterdam door de eeuwen heen op verschillende locaties in de stad beoefend. Zo bestond er rond 1500 een open kaatsbaan tussen de huidige Servetsteeg en Pijlsteeg (achter het tegenwoordige hotel Krasnapolsky, gesitueerd op de Dam).
Op dit kaartfragment van Cornelis Anthonisz uit 1544 staan "De Groote Caetsbaen" (A) en "De Kleine Caetsbaen" (B). Ter Oriëntatie: midden onder de Dam (Die Plaetze) met het toenmalige stadshuis, nu "Het Paleis op de Dam". Het water tussen de kaatsbaan is de nieuwezijds achterburgswal, nu Spuistraat. Beide banen waren eigendom van de regentenfamilie Spiegel. De waarde van "De Groote Caetsbaen" werd destijds geschat op f 5000 en die van de "De Cleyne Caetsbaen" op f 2200.
Ter bepaling van de gedachten: de riante woning van de familie "opt Water" was destijds f 8500 waard. Ook de kaatsclub Amsterdam heeft diverse locaties gekend, waar men het Friese kaatsspel beoefende. Voor de Tweede Wereldoorlog kaatste men op de ijsbaan voor het Concertgebouw (het tegenwoordige Museumplein), waar de kaatsclub de beschikking had over een "echte" tribune en kleedhokjes in het centrum van Amsterdam. Als kleine vereniging moest de kaatsclub Amsterdam echter ook vaak schipperen om een locatie te kunnen krijgen. Via de Zuidelijke Wandelweg (Zuid), Van Hallstraat (Oud West), Fazantenweg (Noord), Van Galenstraat (Oud West) is de kaatsclub terecht gekomen op het sportpark De Eendracht (Geuzenveld/Slotermeer).
Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er geen officiële wedstrijden gehouden. Wel werd toen iedere twee weken een ledenwedstrijd gehouden, waarbij de dagprijs bestond uit schoenpoetsmiddelen (!!).
Amsterdam heeft van oudsher een grote (economische) aantrekkingskracht op Friezen gehad. Rond 1900 alsmede rond 1950 was er nauwelijks werk in Friesland en zochten velen hun toekomst in de grote stad. Met name Friese politie-agenten, veldwachters en schoolmeesters vonden toen hun emplooi in de hoofdstad.
Om toch enige binding met Friesland te houden, bleef de Amsterdamse Friese gemeenschap onder andere door middel van het kaatsen met elkaar in contact. Ieder weekend op en neer reizen naar het "heitelân" zat er in die tijd per slot van rekening niet in.
Natuurlijk werden er ook wedstrijden onderling gekaatst en in en tegen andere kaatsverenigingen buiten Friesland. Amsterdamse kaatsers reisden dan per fiets naar Hilversum en Alkmaar af om hun geliefde sport te beoefenen.
Als kleine kaatsvereniging heeft de kaatsclub Amsterdam wel een aantal aansprekende prijzen gewonnen.
In 1907 behaalde de Kaatsclub Amsterdam (met J. Bosje, H. Brijker en S. Postma) de 4e prijs bij de Nederlandse Kampioenschappen. Lid Elie Zijlstra werd in 1958 en 1960 respectievelijk 2e en 4e op de PC. In 1956 werd Amsterdam (met T. van Dijk, E. Zijlstra en A. van Dijk) 8e op de Nederlandse Kampioenschappen en in 1962 5e (met C. Binsma, E. Zijlstra en H. Nota). Tussen 1980 en 1990 wonnen Siep Fennema, Henk Woppenkamp en Jan van der Linden (geboren Amsterdammer) regelmatig een prijs bij de Nederlandse Kampioenschappen (5e in 1983 en 8e in 1988).
In 1999 behaalden Willem Heeringa, Durk van der Meer en Marco Lautenbach de 6e prijs op deze wedstrijd.
In 2001 wist de Kaatsclub Amsterdam (met Willem Heeringa, Sybrant Tjoelker en Marco Lautenbach) in Ried voor het eerst in de historie een KNKB-afdelingswedstrijd te winnen. Binnen de Federatie van Buiten Afdelingen (FBA), het overkoepelende orgaan van alle verenigingen buiten Friesland, werd ook het nodige succes vergaard. Zo won kaatsclub Amsterdam bijna twintig keer de zogenaamde FBA-partij.
De kaatsclub Amsterdam telt op dit moment circa 30 leden, die allen enthousiast betrokken zijn bij de kaatsclub. Het merendeel van de leden is daarbij ook actief als kaatser. Tevens zijn zowel het bestuur als de leden betrokken bij allerlei ontwikkelingen op sportgebied en participeren bij grote sportevenementen in Amsterdam.
Kaatsen is een sport voor jong tot oud die zowel recreatief als als topsport kan worden beoefend, daarbij is kaatsen is een echte zomersport en kan prima gecombineerd worden met andere sporten.
|
Opgericht 21 september 1902 K.v.K. Amsterdam nr. 539128 Postbank 47.77.069 t.n.v. Kaatsclub Amsterdam Aangesloten bij de Koninklijke Kaats Bond (KNKB.) en de Federatie van Buiten Afdelingen (FBA.) |
|
|
 |
|